TINEKE LAWALATA
TINEKE LAWALATA
TINEKE LAWALATA
TINEKE LAWALATA
“Heb je keelpijn, sprenkel dan citroensap samen met wat zout over een stoffen zakdoek, bind het om de keel en ga slapen; zo krijg je de tijd en rust om te helen. Ook kun je dit drankje innemen.”
Naast het christendom leven wij Molukkers volgens de adat, dat zijn voorschriften over hoe te leven. De adat is feitelijk de kern van ons bestaan, dat wij van onze voorouders de Alifoeren hebben gekregen. Zij waren de oermensen op ons eilandenrijk. Wat ik heb meegekregen is dat wij altijd heel dicht bij de natuur stonden en ermee samenleefden. Er was geen arts, met kruiden en wortels werd er geheeld. Bij hoofdpijn werd bijvoorbeeld kaneel met water gemengd en op de slapen gesmeerd. De kennis die ik heb, komt van mijn moeder. Er is voor alles een oplossing. Op de Molukken wordt veel geheeld met minjak, een olie waar kruiden in zijn getrokken. Minjak kaju putih is een bekende olie voor pitjit, massage, bij pijn zoals spierpijn. Het lijkt op eucalyptus. Mijn moeder maakte zelf kokosolie om te masseren. Voordat ze het gebruikte ging zij eerst in gebed.
In Nederland aangekomen moesten mijn ouders het doen met wat er hier voorradig was. Bij blauwe plekken werd een vers blad boerenkool voor het slapen direct op de huid gelegd en vastgebonden. ’s Ochtends is het blad dan droog en heeft het al het vocht uit de plek getrokken. Nu zijn ingrediënten veel beter verkrijgbaar, zoals kentjoer, een variant van gember, die bij verstuikingen samen met rijst in een vijzel wordt vermalen tot een papje. Dat wordt vervolgens direct op de huid gedaan en afgedekt. Met de keukenkruiden laos, sereh, kentjoer en salamblad maakt een oom van mij een stoombad bij verkoudheid. Zo leren we nog altijd van onze voorouders en geven we zelf deze kennis weer door, net als onze geschiedenissen.
“If you have a sore throat, sprinkle lemon juice with some salt on a cloth handkerchief, tie it around your throat and go to sleep; this will give you the time and peace to heal. You can also take this drink.”
In addition to Christianity, we Moluccans live according to the adat, which are regulations on how to live. The adat is actually the core of our existence, which we received from our ancestors, the Alifoers. They were the primitive people on our archipelago. What I have learned is that we were always very close to nature and lived with it. There was no doctor, healing was done with herbs and roots. For example, for headaches, cinnamon was mixed with water and rubbed on the temples. The knowledge I have comes from my mother. There is a solution for everything. In the Moluccas, a lot of healing is done with minjak, an oil in which herbs have been infused. Minjak kaju putih is a well-known oil for pitjit, massage, for pain such as muscle pain. It resembles eucalyptus. My mother made coconut oil herself for massage. Before she used it, she first prayed.
When I arrived in the Netherlands, my parents had to make do with what was available here. For bruises, a fresh leaf of kale was placed directly on the skin and tied up before going to sleep. In the morning, the leaf is then dry and has drawn all the moisture from the spot. Ingredients are now much more readily available, such as kentjoer, a variant of ginger, which is ground into a paste together with rice in a mortar for sprains. This is then placed directly on the skin and covered. An uncle of mine makes a steam bath for colds with the kitchen herbs galangal, sereh, kentjoer and salam leaf. In this way, we still learn from our ancestors and we pass on this knowledge ourselves, just like our histories.




























